Fawlty & Jones Ierse Setter Kennel. Inteelt bij de Ierse Setter - Fawlty & Jones Ierse Setter Kennel. Fokker van de Ierse Setter in Noord-Limburg, met af en toe pups.

You Tube
FaceBook
Adres
Telefoon Nummer
E-mail
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Puppy's > Fokplannen
Inteelt
Inteelt is het paren van nauw verwante honden. Honden die meer verwant zijn dan de gemiddelde populatie.
Inteelt leidt tot een afname van de genetische variatie en tot een toename van homozygoten.
De beperkte genenpoel die veroorzaakt wordt door inteelt betekend dat schadelijke genen wijdverbreid worden en het ras zijn sterkte verliest.
Inteelt veroorzaakt een achteruitgang in vitaliteit, fertiliteit, gedrag en weerstandsvermogen en veroorzaakt een stijging van genetisch bepaalde afwijkingen.
Inteelt leek de aangewezen weg om het ideaal van fokzuiverheid te bereiken. In combinaties van vader en dochter, grootvader en kleindochter, moeder en zoon, broer en zus wordt immers al gauw duidelijk wat voor genen men in de kuip heeft. De "slechte" genen komen bij inteelt aan het licht en kunnen weg geselecteerd worden, zodat alleen de "goede" genen overblijven. Wat fokkers lijnteelt noemen, is in wezen een milde vorm van inteelt, met iets minder nauw verwante dieren. Maar de achterliggende gedachte is dezelfde: door paring van verwante dieren ongewenste genen opsporen en uitbannen, en gewenste genen vastleggen. Inteelt in combinatie met streng selecteren - het uitsluiten van honden met ongewenste kenmerken en alleen doorfokken met de allerbeste honden - leidde snel tot het gewenste resultaat, zeker wat betreft uiterlijke kenmerken. Dat inteelt ook zeer kwalijke gevolgen heeft, werd pas veel later duidelijk. Met inteelt en lijnteelt ontstonden de succesvolle kennels die een herkenbaar type hond fokten, en regelmatig kampioenen produceerden. Omdat veel van zulke kampioenen zwaar ingeteeld waren op één of enkele voorouders, was de kans groot dat ze voor al die fraaie eigenschappen fokzuiver waren, en dus ook alleen maar "fraaie" genen konden doorgeven aan nakomelingen. Die voorspelbaarheid van succes maakte dat ze ook door fokkers buiten de eigen lijn veel gevraagd werden. Iedereen wilde immers graag mooie en goede honden fokken. Soms waren zulke top-dekreuen zó populair, dat bijna alle fokkers in een ras ze voor hun teven gebruikten. Hetzelfde gebeurde met de zonen en kleinzonen van deze reuen, generatie op generatie op generatie. Vrijwel alle rassen kennen zulke populaire dekreuen waarvan het genetische materiaal over het hele ras is verspreid. Deze manier van fokken - inteelt, strenge selectie op exterieurkenmerken en populaire dekreuen - heeft ertoe geleid dat in veel rassen de genen van een handjevol voorouders overheersen. Alle honden gaan dan voor een groot deel terug op dezelfde voorouders.
De beoogde "fokzuiverheid" lijkt dus een heel eind gerealiseerd. Toch zijn niet alle hedendaagse honden kampioenen, of zelfs maar "mooi" in termen van de rasstandaard. Om over hun gezondheid maar helemaal te zwijgen... Wat ging er dan fout?

Recente inzichten
In de afgelopen decennia drongen de recentere wetenschappelijke inzichten ook door in de wereld van de rashondenfokkerij. De werkelijkheid van de genetica bleek toch wat gecompliceerder te zijn dan men verondersteld had.
- De zwart-wit voorstelling van een gen in twee varianten, goed en slecht, bleek niet te kloppen. In natuurlijke populaties zijn er voor ieder gen meerdere varianten in omloop. Een paar daarvan zijn echt defect, en leiden tot ziekte (of zijn zelfs dodelijk). Maar de meeste varianten van een gen zijn, in meerdere of mindere mate, "goed", of liever gezegd "bruikbaar".
- Dat is in de natuur niet voor niets zo geregeld. Als zulke genetische verscheidenheid ontbreekt, treden er allerlei problemen op, is er een hoog ziekte-risico, minder weerstand, en neemt het aanpassingsvermogen af. Een populatie met weinig genetische variatie is een kwetsbare populatie. Voor de gezondheid en overlevingskans van een ras is het dus van groot belang dat er voor ieder gen meerdere varianten in omloop blijven. Dat betekent op het niveau van het individu, de hond, dat het belangrijk is om in ieder geval voor de meeste genen twee verschillende (bruikbare) varianten per genenpaar te hebben. Waar de ene variant misschien een steekje laat vallen, kan dat door de andere gecompenseerd worden, en dat gaat over en weer.
- Verder bleek dat genen niet elk apart, maar in pakketjes worden doorgegeven van ouder op kind. Die pakketjes kunnen genen voor heel uiteenlopende kenmerken betreffen. Selectie op één kenmerk brengt zo, ongewild, ook selectie op andere kenmerken met zich mee, die altijd samen (gekoppeld) vererven. En, om het nog ingewikkelder te maken: ook de veronderstelde één-op-één relatie tussen genen en eigenschappen gaat niet op. Bij vrijwel alle kenmerken - alle biologische functies zoals immuniteit, spijsvertering e.d., maar ook beendergestel, karakter - zijn meerdere, meestal heel veel genen werkzaam. Dat maakt het nog veel moeilijker om het totaaleffect van selectie op één onderdeel goed in te schatten. Met deze inzichten kunnen we al een groot deel van de problemen verklaren.  

Fokzuiver of kwetsbaar
Ten eerste was de uitsluiting van "foute" genen lang niet zo effectief als werd aangenomen. De echte grote defecten manifesteren zich wel, en die kunnen door selectie - menselijke of natuurlijke - ook wel grotendeels in de hand worden gehouden. Maar merken we het ook als een gen voor 85% functioneert? Of voor 60%? Waarschijnlijk niet, ook niet als een hond twee van zulke "een beetje defecte" genen heeft. We denken dat die hond gezond is, zeker als eventuele gebreken - een zwak hart bijvoorbeeld, of een vorm van kanker - pas op latere leeftijd optreden. Als het dan ook nog een mooie hond is, dan is er waarschijnlijk mee gefokt, misschien zelfs wel véél mee gefokt. En die "een beetje defecte" genen zijn zo alweer verder verspreid in het ras. Ten tweede leidden de fokmethoden van inteelt, strenge selectie en vooral de overmatige inzet van populaire dekreuen, onherroepelijk tot een verarming van de genetische variatie. Ieder individu heeft twee exemplaren van elk gen. Het aantal genen in een ras is dus eindig. Als steeds meer honden genen hebben die van één en dezelfde voorouder afkomstig zijn, dan kan dat maar één ding betekenen: dat moet ten koste zijn gegaan van andere varianten van die genen, die verdwenen zijn of in ieder geval een sterk verminderd aandeel hebben. Door de gehanteerde fokmethoden is de genetische verscheidenheid drastisch teruggebracht - en juist die verscheidenheid blijkt onmisbaar om een ras vitaal te houden! "Fokzuiver" krijgt zo een heel andere betekenis: een fokzuiver ras is kwetsbaar gemaakt. Ten derde blijkt achteraf dat men eigenlijk helemaal niet wist op welke kenmerken geselecteerd werd. Met ieder puzzelstukje gingen andere stukjes mee. Die prachtige lange vacht ging misschien wel samen met wat zwakkere longen. Dat fraaie, typische hoofd bracht misschien wel een minder rastypisch gedrag mee. En met het weg selecteren van die te korte oren, werd wellicht ook een deel van de genen voor goede heupen overboord gegooid.
Gevolgen van Inteelt
Fertiliteit
Afname worpgrootte per nest
Afname totale worpgrootte per jaar
Afname totaal aantal worpen per jaar
Slechtere loopsheid waarneming
Afname seksuele potentie - voortplantingsgedrag
Afname geboortegewicht per individu en per nest
Steriliteit neemt toe
Hoger percentage geboorte problemen
Hoger percentage problemen na de geboorte bij het moederdier
Langere draagtijd
Vitaliteit
Hoger sterftecijfer bij geboorte
Hoger sterftecijfer tot speentijd
Hoger juveniele sterftecijfer
Slechtere groei van de pups
Lagere melkgift van de moeder
Grotere voederopname t.a.v. slechtere groei
Hoger sterftecijfer bij alle dieren van de populatie
Weerstand
Grotere gevoeligheid voor ziekten
Verminderde prestaties
Grotere incidentie erfelijke gebreken
Wat te doen?
Om de problemen aan te pakken die samenhangen met het verlies aan genetische variatie, zal het roer verder om moeten. De nog aanwezige genetische variatie binnen een populatie zal optimaal gebruikt moeten worden. Dat betekent dat de fokdieren een zo breed mogelijke weerspiegeling van het ras moeten vormen. Als we de resterende genetische variatie willen behouden, en de gestaag toenemende inteelt een halt willen toeroepen, heeft het weinig zin om 30 dekkingen te verdelen over vier nestbroertjes. Dan moeten we op zoek naar de minder verwante honden. Het is zaak de smalle genenpool zoveel als maar mogelijk te verbreden om het ras voor de toekomst veilig te stellen. We zullen de inteelt terug moeten dringen.

Adres
Telefoon Nummer
E-mail
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu